Voorbereiding: huttentochten in de Alpen

Het bergwandelvirus heeft ons te pakken! In de zomer van 2020 hebben we een aantal geweldig mooie meerdaagse huttentochten gelopen met de kinderen in Oostenrijk, Zwitserland en Italië. Bij de voorbereidingen kwamen we erachter dat het flink wat denk- en zoekwerk vergt om huttentochten te vinden die geschikt zijn voor onze relatief onervaren berglopers van 7 en 10 jaar oud. Wat kunnen ze aan? Wanneer wordt het te steil? De informatie die we gevonden hebben willen we jullie niet onthouden.

Bächlitalhütte – Zwitserland

Het was van tevoren een beetje gokken wat een mooi aantal uren is om per dag te wandelen, maar na wat wikken en wegen hebben we ons gericht op een uur of 4-5 per dag wandelen en ongeveer 700 hoogtemeters. Hierbij hebben we meegewogen we relatief (zeg maar heel erg) ongetraind zouden beginnen aan de tochten, dat onze kinderen best goed kunnen lopen, goed luisteren en geen hoogtevrees hebben. Maar erg steile stukken met diepe afgronden leken ons geen goed idee. En daarnaast heeft Stijn wel hoogtevrees, dus alle wandelingen waar lange stukken met kabels of kettingen in zitten vielen af.

Eigenlijk is er op het internet vrijwel geen informatie te vinden over het lopen van meerdaagse huttentochten met kinderen, behalve een paar sites die het betaald aanbieden. Informatie over losse dagwandelingen is op zich prima te vinden, maar ook dan is het best lastig in te schatten van welk niveau de wandelingen zijn. Een korte op papier eenvoudig uitziende wandeling kan in de praktijk heel uitdagend zijn, met steile afgronden en lastige klimstukken met kabels. Daar wil je met twee kleine kinderen niet op terecht komen. En onze ervaring is dat steil afdalen voor kinderen veel moeilijker te beheersen is dan steil stijgen. Kinderen hebben over het algemeen de neiging te hard te gaan lopen bij het afdalen. Steil afdalen vergt dus veel meer controle en techniek bij kinderen dan stijgen (en vergt stalen zenuwen van ons als ouders…).
Vaak kom je vrij eenvoudig te weten hoe lang de wandeling is en hoeveel hoogtemeters er zijn, maar hoe risicovol een wandelroute is, dat is vaak moeilijk te achterhalen. Gelukkig bieden Outdooractive, Bergwelten en Bergfex enige uitkomst. Met wat speurwerk kom je op deze websites meer te weten over het terrein en het wandelniveau. Hiermee kregen we meer informatie over hoe de wandelingen er qua terrein uitzagen, of er lastige steile passages inzaten en haalden we nuttige informatie uit reviews van wandelaars. Ook op de websites van de verschillende berghutten staat veel nuttige informatie, met name over de wandeltijden en -niveaus naar de hutten die in de buurt liggen. Een prachtige site is bijvoorbeeld die van de Büllelejochhütte in de Dolomieten, in het Italiaans Rifugio Pian di Cengia. Je krijgt bij het bekijken van deze website meteen zin om je bergschoenen aan te doen!

Aletschgletsjer

De volgende tochten zijn naar onze (let op, vooral niet deskundige!) mening geschikt voor kinderen met enige wandelervaring (en ouders met enige hoogtevrees). Van deze tochten hebben we er vier zelf gelopen, de overige tochten bewaren we voor later. Bij de beschrijving van de tochten die we gelopen hebben staat ook wat uitleg over welke faciliteiten er zijn in de berghutten.

De dagafstanden waren bij alle tochten niet al te lang. Indien nodig konden we bij vrijwel alle hutten nog korte klimmetjes doen om de wandeldag uitdagender te maken, of konden we zwemmen. Al deze tochten zijn per dag maximaal 5 uur en hebben niet meer dan 700 stijgende en 1000 (niet al te steil) dalende hoogtemeters. Dat wil niet zeggen dat ze niet uitdagend waren. Sommige stukken waren letterlijk adembenemend.

Tijdens de tochten was onze ervaring dat we alle op de bordjes aangegeven wandeltijden minimaal maal 1,5 moesten doen, meestal maal 2. Dat heb je wel nodig met alle eet-, zwem-, plas- en poeppauzes en het iets langzamere wandeltempo. We hebben de wandelniveaus van de Zwitserse bergvereniging aangehouden en hebben merendeels niveau T2 en maximaal niveau T3 gelopen. Onderaan de pagina staat een uitleg over deze wandelniveaus.

We zijn lid geworden van de Österreichische Alpenverein. Hiermee krijgen we korting in de berghutten en krijgen we een bergsportverzekering – onontbeerlijk voor als je met een helikopter van de berg gehaald moet worden. We hebben zoveel mogelijk overnacht in hutten van de Zwitserse, Oostenrijkse, Duitse en Italiaanse alpenverenigingen.

Handige websites:
Österreichische Alpenverein (ÖAV)
Sweizer Alpen Club (SAC)
Wandelroutes plannen: Outdooractive, Bergfex en Bergwelten
Een deel van de hutten van de alpenverenigingen kun je online reserveren via Alpsonline.org

Wandelniveaus van de Zwitserse bergvereniging:

T1: Goede, eenvoudige paden. Vlak of glooiend terrein, geen gevaar voor een val in de diepte. De oriëntatie is probleemloos en de wandeling is ook zonder kaart mogelijk.
T2: Pad met aanzienlijke hoogteverschillen. Deels steil terrein, gevaar voor een val in de diepte niet uitgesloten. Enige tredzekerheid noodzakelijk, enige kennis van oriëntatie noodzakelijk.
T3: Geen echt pad, wel padsporen zichtbaar, geëxponeerde passages kunnen met klimtouw of kettingen gezekerd zijn, eventueel heb je de handen nodig voor het evenwicht; Op sommige delen geëxponeerde stukken met steile afgronden: gevaar om te vallen, gruis en losse rotsen. Tredzekerheid noodzakelijk, evenals een goed oriëntatievermogen en elementaire alpiene vaardigheden.
T4: Pad niet altijd zichtbaar, deels padloos, op sommige plaatsen handen nodig voor de voortbeweging. Zeer steil terrein, linke grashellingen, losse rotsen, eenvoudige, apere gletsjer (aper = zonder sneeuw, alleen ijs, alle spleten zichtbaar). Vertrouwd zijn met geëxponeerd terrein en licht stijgijzervaste bergwandelschoenen noodzakelijk. Je moet in staat zijn het terrein te beoordelen, je goed te kunnen oriënteren en alpiene ervaring hebben.
T5: Vaak padloos. Geëxponeerd, zwaar terrein, puin/losse rotsen, redelijk eenvoudige gletsjers en sneeuwvelden. Stijgijzervaste bergschoenen noodzakelijk. Je moet het terrein feilloos kunnen beoordelen en je uitstekend kunnen oriënteren. Alpiene ervaring en elementaire kennis en ervaring met het gebruik van pickel, stijgijzers en touw zijn onontbeerlijk.
T6: Meest padloos, meestal niet gemarkeerd. Vaak zeer geëxponeerd, puin/losse rotsen, steile gletsjers met gevaar voor uitglijden. Een uitstekend oriëntatievermogen is onontbeerlijk, evenals een brede alpiene ervaring. Je moet vertrouwd zijn met alpiene hulp- en zekeringsmiddelen.